Zoeken
  • Redactie Métier

Blokfluiten bouwen, een bijzonder ambacht

Heiko ter Schegget woont midden in het groen. In de grote tuin staat een muziekkamer, waar hij en diverse familieleden musiceren. Lesgeven doet hij aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Heiko bouwt en verzamelt blokfluiten en daar zijn mooie verhalen over te vertellen.

De blokfluit, die kennen we allemaal uit onze jeugd. Dan moest je van je ouders op muziekoriëntatie, waar je leerde over ritme en over muziekinstrumenten. Veel kinderen gingen vervolgens een jaartje op blokfluitles. Het instrument was immers niet te duur, paste in je tas en het instrument bespelen leek ook niet erg moeilijk. Optredens met schelle klanken en druppende blokfluiten waren het gevolg. Hoe anders is de wereld van de professionele blokfluitspeler. Die prachtige klanken uit de instrumenten weet te toveren.

< Blokfluiten met bijzondere versiering ^ (Collectie Ter Schegget, Foto door Petra Nuria Nieuwburg)


De blokfluit is waarschijnlijk rond de 14e eeuw in West-Europa ontstaan. Eerder bestonden wel fluiten met een blok, maar die bezaten niet de kenmerken van de blokfluit: een duimgat en zeven gaten voor de vingers. Je blaast door een kernspleet tegen een opsnede, waardoor de luchtstroom zich splijt en gaat wervelen, zodat een toon ontstaat. Blokfluiten worden traditioneel gemaakt van hout, maar er zijn ook exemplaren van ivoor bekend. Eén van de oudste exemplaren in ons land is in Dordrecht gevonden, bij opgravingen bij het Huis te Merwede. Deze blokfluit uit de 14e eeuw ligt nu in het Gemeentelijk Museum in Den Haag.

Tot ca 1680 werd een blokfluit uit één stuk hout gemaakt. Daarna maakte men fluiten die uit drie delen bestonden, met versierde en beschermende uitstulpingen bij de tappen, waar de delen in elkaar gestoken worden en met een uitlopende onderzijde. Ondertussen was er een evolutie in de toonomvang, waarvoor de binnenboring moest worden veranderd. Hierdoor werden de instrumenten intiemer van klank. "Fluitenbouwers behoorden tot een draaiersgilde," vertelt Ter Schegget. "De meesters binnen het gilde hadden een eigen stempel en die werd op de fluit gezet. Zo kunnen we ze veelal herleiden tot hun werkplaats." Uitsluitend deze gildemeesters mochten de blokfluiten verhandelen.

Een professionele blokfluit kun je alleen maar bouwen als je het instrument zelf goed kunt bespelen. Het is bekend dat er families waren die bijzonder goede blokfluiten maakten, een ambacht dat vaak van vader op zoon werd doorgegeven. Zij trokken ook rond als musici en waren graag geziene gasten aan prominente hoven. De blokfluit was in alle lagen van de bevolking populair. Het was bekend dat Hendrik XIII zelf blokfluit speelde en 74 exemplaren bezat, speciaal voor hem vervaardigd. Op schilderijen worden de fluiten vaak bespeeld door dronkenlappen en bedelaars, maar ook door dames en heren van stand.

Grote componisten als Bach, Purcell en Händel gebruikten de blokfluit veelvuldig. Beethoven gebruikte de blokfluit niet meer in zijn composities. In de eerste helft 18e eeuw verdrong de dwarsfluit langzaam de blokfluit, waarschijnlijk omdat het instrument wat flexibeler is.

"Muziek is een verhaal. De grote thema’s van het leven (de liefde, het geloof, de dood) worden verklankt. Je moet bedenken dat er tot het einde van de 19e eeuw geen mogelijkheden waren om muziek op te nemen en opnieuw te beluisteren. Wij hebben dus geen enkel voorbeeld van voor 1900 over hoe men speelde; hoe het klonk. We zijn daarbij afhankelijk van de bladmuziek en boeken over muziek. Men probeerde altijd te achterhalen hoe het geklonken heeft."

Vanaf 1960 ontstond een stroming om de muziek te maken zoals het in de tijd van de compositie geklonken heeft. Men bespeelde oude instrumenten die in de musea lagen om dat te achterhalen. "Om de originele klanken te benaderen heb je in ieder geval instrumenten nodig die precies zo gebouwd zijn als de oude meesters het deden, uit de tijd van de betreffende compositie. Verder krijgen we onze informatie uit boeken en bronnen over muziek. En uiteraard in de eerste plaats uit de partituren van de oude meesters."

Vandaar dat Heiko zijn studenten verzoekt om, indien mogelijk, vanaf authentieke handschriften te spelen. Om zo dicht mogelijk bij de bron te komen. Het mooist is als daarbij kan worden gespeeld op blokfluiten die een kopie zijn uit die tijd.


"Muziek werd live gespeeld, vaak in de context van een kerk. Vrijwel alle componisten zijn opgegroeid met kerkmuziek. Ze begonnen in hun jonge kindertijd meestal als zanger (Bach kon waarschijnlijk prachtig zingen), om vervolgens later instrumenten te leren bespelen. Sommigen ontwikkelden zich tot componist. Dat ze de muziek opschreven is een geschenk voor ons. Het geeft ons de vrijheid om ze te interpreteren en te spelen"

Musici nemen tegenwoordig graag een voorbeeld aan de vele opnames die bestaan.

Het spijt Heiko dat de traditie van het zingen verloren gegaan is tijdens de studie. "Dat is misschien wel wezenlijk voor het maken en ervaren van de oude muziek. We leren namelijk uit de oude boeken dat de instrumenten het zingen moesten nabootsen."


Heiko mocht op zijn tiende een instrument bespelen. Hij koos daarbij voor de - praktische - blokfluit en wist al snel dat hij dit zijn leven lang wilde doen; muziek maken. Toen hij op zijn 18e een cursus ‘blokbouwen voor blokfluiten’ kreeg aangeboden, was hij zo enthousiast, dat hij begon met het vervaardigen van blokfluiten. Altijd voor zichzelf en nooit om commerciële redenen. "Ik heb op mijn 23e eindexamen gedaan, waarbij ik speelde op een door mijzelf gebouwde blokfluit. Dat was een kopie van een blokfluit in het Gemeentelijk Museum in Den Haag," vertelt hij. Hij is sinds die tijd nooit meer gestopt met bouwen. "Ik bestelde bij een Duitse firma die handelde in 'fijnhout', een meter cederhout. Een geschikte houtsoort, uitstekend geschikt om blokken voor blokfluiten van te maken. De firma stuurde mij i.p.v. één meter zéven meter hout. Want zulke kleine bestellingen waren zij niet gewend. Er zat niet eens een rekening bij. Daar heb ik heel wat blokken uit gesneden."

Al snel besefte Heiko dat hij blokfluiten wilde bouwen op de oorspronkelijk wijze. Niet met machines of gestandaardiseerd, zoals tegenwoordig gebruikelijk is. "Maar met de hand, zoals de oude meesters deden, waardoor elk instrument zijn eigen klank krijgt." Door dat proces te volgen ontstaat onbewust een uniek exemplaar. In feit herhaalt hij zo het bouwproces van de oude meesters.

Inmiddels heeft Heiko meer dan 100 blokfluiten gebouwd. "Dat verveelt nooit. Ik maak uitgebreide tekeningen van een instrument dat ik wil kopiëren, of ik gebruik bestaande tekeningen van een collega bouwer. Vervolgens prepareer ik de geschikte houtsoort." Hij werkt daarbij altijd handmatig, nooit met zagen die werken op elektriciteit. Zo blijft het veel stiller in de werkplaats en het is veiliger voor de vingers. In zijn studio heeft Heiko verschillende stammetjes liggen (zie ook de foto hieronder). Cederhout, Ebbenhout, Esdoorn, Buxus. De oudste is in 1911 gekapt en ligt geduldig te wachten op verwerking.



Het hout wordt idealiter in het begin van de winter geveld, omdat de sapstroom in de boom dan tot stilstand is gekomen en het hout sneller droogt. "Elke fluit klinkt anders en dat is steeds weer genieten."

Heiko treedt ook regelmatig op, met ensembles, orkesten en solo. Daarbij bespeelt hij zijn eigen instrumenten. Ook maakt hij muziek dat op cd verkrijgbaar is. De grote collectie fluiten die hij verzamelde en bouwde ligt netjes bij elkaar in een klimaatkast. Er zijn twee bijzondere exemplaren bij, die in het eerste kwart van de 18e eeuw in Amsterdam gebouwd zijn. Deze twee fluiten zijn een enorme inspiratiebron. Ze klinken heel bijzonder. "Daar moet je niet te vaak op spelen, zo’n fluit slijt immers. De kwaliteit van de fluiten zoals ze het toen maakten kunnen wij immers nog steeds niet helemaal evenaren’."



Heiko in actie zien en horen?

https://www.bachvereniging.nl/nl/allofbach

Ø Brandenburgs concert 4 - BWV 1049

Ø Cantate “Actus Tragicus” - BWV 106

Op cd, te bestellen via heiko@terschegget.nl

Ø Sonatas en sonatinas – Georg Philipp Telemann ( MDG 905 1693-6)

Ø A Flauto e Cembalo – Georg Friedrich Händel (MDG 905 1564-6)

Door: Alexandra van Dijk, juli 2020

103 keer bekeken

© Metier Magazine | BLKVLD Uitgevers.  Proudly created with Wix.com.

  • Twitter account of BLKVLD Publishers
  • Black Instagram Icon